Wat is Osteopathie


Wat is Osteopathie?


De osteopathie behandelt niet de symptomen van de ziekte maar zoekt en behandelt de oorzaak van de ziekte.

 

Ik behandel de mens op grond van de osteopatische basisprincipes:

 

Het lichaam is een eenheid.

Het lichaam heeft  zelfregulerend vermogen.

De structuur bepaalt de functie en de functie vormt de structuur.

Ook de vaatsystemen en zenuwbanen zijn van belang.

 

1. Het lichaam is een eenheid

 

De mens is niet deelbaar: hij of zij kan alleen als eenheid functioneren en dus als eenheid behandeld worden.


In de osteopathie is het menselijk lichaam een eenheid. Verstoringen in een gebied kunnen tot een keten van reacties leiden, in het hele lichaam. Oorzaken op een bepaalde plek kunnen klachten veroorzaken in totaal andere lichaamsgebieden.

 

Voorbeeld 1:

Zo kan het zijn dat darmkrampjes bij baby’s veroorzaakt worden doordat bij de geboorte de schedel te weinig ruimte heeft gekregen, met het gevolg dat er asymmetrie of compressie van de doorgang van de bloedvaten en zenuwen optreedt ter hoogte van de schedel. Door het hoofdje te behandelen, verdwijnen de krampjes.

 

Voorbeeld 2:

Schouderklachten kunnen veroorzaakt worden door trekkrachten vanuit het vlies rondom de lever. Door dit vlies te behandelen kan het probleem worden verholpen.

Een osteopaat kan de bewegingsverliezen wegnemen in het houdings- en bewegingsapparaat, orgaansysteem en zenuwstelsel. Daardoor kunnen natuurlijke genezingsprocessen alsnog plaatsvinden.

 

2. Het zelfregulerend vermogen van het lichaam

 

Gezondheid is een dynamisch evenwicht.

Het lichaam bezit zelfregulerende krachten en de aangeboren eigenschap zichzelf te verdedigen. De zelfregulerende krachten zijn  bijv. de stolling van het bloed, het vermogen om bacteriën en virussen te overwinnen, littekenvorming.

 

De osteopathie richt haar behandeling op de ondersteuning van deze zelfregulerende krachten, door vastzittende weefsels los te maken. Daar waar de beweging hersteld wordt, neemt de circulatie toe, waardoor zuurstof,  voedingsstoffen (o.a. vitamines, mineralen makkelijker naar het weefsel toe kunnen en  afvalstoffen via de aders makkelijker  worden afgevoerd. Zo kan het lichaam zichzelf herstellen.

 

 

3. De structuur

 

De verminderde beweeglijkheid van de structuren is het handvat van de osteopathie.

 

Voorbeeld 1:

Botten geven het lichaam houding en stevigheid. Zij bieden bescherming voor druk- en trekbelasting. Langdurige druk- en trekbelasting zorgen voor meer botopbouw. Een veranderde functie verlangt meer van de structuur. Wordt de botfunctie bijvoorbeeld  minder gebruikt, zoals bij bedlegerigheid, dan vindt er botafbraak plaats.

 

Voorbeeld 2:

Ook de omliggende structuren van een orgaan zijn van belang voor het uitvoeren van de functie. Als bijvoorbeeld de beweeglijkheid van de borstkast afneemt, zal dit van invloed zijn op de longfunctie.

 

Ziektes kunnen  ontstaan uit het onvermogen van het lichaam om bepaalde uitwendige en inwendige invloeden te corrigeren. Zolang deze invloeden niet van traumatische aard zijn of niet direct de structuur beschadigen,  beÏnvloeden ze als eerste de functie van het betreffende weefsel.

Kan het lichaam deze invloed niet corrigeren dan ontstaat een functionele stoornis.  Pas als deze functionele stoornis de structuur beïnvloedt, breekt de ziekte uit en volgen de klinische symptomen. Die hangen samen met allerlei symptomen die er al eerder waren, maar niet klinisch aantoonbaar zijn. Het zijn deze functionele stoornissen waarop de osteopaat zich richt.

 

4. De taak van vaatsystemen en zenuwbanen

 

De vaatsytemen en de zenuwbanen zorgen ervoor dat de zelfregulerende krachten -waar nodig- optimaal kunnen functioneren. Net als bij een rivier waarvan het water veel schoner en frisser is zolang het stroomt.

 

De zenuwbanen en de vaatsystemen (bloedsomloop + lymfesysteem)  maken de beweging van het weefsel  (bijv. spierweefsel) mogelijk. De optimale beweeglijkheid van bijvoorbeeld spierweefsel is noodzakelijk voor het goed functioneren van de vaatsystemen en de zenuwbanen.

Functionele of structurele stoornissen leiden tot bewegingsvermindering. Dat belemmert de vaatsystemen en zenuwbanen en verkleint daarmee de kansen van het lichaam om de functionele of structurele verstoringen zelf op te heffen.

 

Voorbeelden

Als zenuwimpulsen hun te besturen gebied niet bereiken dan houden waarneming en beweging op. Het getroffen gebied is dan verlamd. Worden de zenuwbanen bekneld of geïrriteerd dan ontstaan klachten zoals ischias.

Valt de bloedverzorging weg dan sterft het betroffen lichaamsgebied.  Stuwt het bloed dan ontstaan spataderen, oedemen of zweren

 

De osteopaat herstelt met de handen een beweging die verloren is gegaan. Hierdoor kunnen de vaatsystemen en zenuwbanen onbelemmerd functioneren, ontplooien de zelf genezende krachten zich en kan het organisme zichzelf genezen.